Een afscheid is ook een nieuw begin

Afscheid nemen doen we ons hele leven. Dat is vaak moeilijk, maar het levert meestal ook iets op, realiseert journalist Mariska Jansen zich.

Soms kies je bewust voor een volgende halte, een andere keer kun je niet meer dan meegaan in wat het leven met je van plan is

In de zomer van 1994 nam ik afscheid van mijn geboorteplaats in Friesland. Ik had mijn eindexamen achter de rug en ging studeren, op kamers in de grote stad. Ik liep voor de laatste keer door de winkelstraten waarvan ik iedere stoeptegel en etalage kende. Ik vond het moeilijk om weg te gaan. Het was niet alleen het stadje waarvan ik me los moest maken. Ik moest afscheid nemen van mijn vertrouwde wereld, van alle mensen die ik kende en met wie ik opgegroeid was.

Voorgoed voorbij
In het leven neem je doorlopend afscheid. Op vakantie van het hotelletje met het adembenemende uitzicht over zee, als je op reis gaat van je familie en geliefden – je ziet ze pas over een tijd weer. Of door een verhuizing van de buren die vrienden waren geworden, door een nieuwe baan of pijnlijker, door een scheiding. Niet alleen jij kunt afscheid nemen, anderen nemen ook afscheid van jou.

Het meest definitieve afscheid is wel het levenseinde, zoals in het boek Hemelvaart van Judith Koelemeijer, waarin zij de dood van haar jeugdvriendin beschrijft – een uitgaansavond op een Grieks eiland was hun laatste moment samen. Dan is een episode voorgoed voorbij, en weet je dat er op het gedeelde verhaal dat je samen had nooit een vervolg komt.

Afscheid neem je als je naar een volgend station van je leven gaat. Soms kies je bewust voor een volgende halte, een andere keer kun je niet meer dan meegaan in wat het leven met je van plan is. ‘Hoe weerloos was ik toen ik moest aanschouwen dat het me riep en me liet gaan,’ schrijft de Duitse dichter Rilke in zijn gedicht Afscheid. Zo ervoer ik ook het afscheid van het stadje van mijn jeugd. Alsof een kracht buiten mij me voortstuwde. Al leek het me nog zo heerlijk eenvoudig om te blijven en een lokaal baantje te zoeken: het kwam mij voor alsof ik geen werkelijke keus had. Diep van binnen wist ik dat een leven in Friesland niet het pad was dat voor mij was weggelegd.

Er is een onderscheid tussen het afscheidsmoment – het ogenblik waarop je de ander gedag zegt – en het werkelijke afscheid nemen, waarin je het afscheid beleeft en verwerkt. Dat laatste kost vaak tijd en in sommige gevallen neemt het de vorm van rouw aan. In Hemelvaart duurt het jaren voordat de ouders van het omgekomen meisje, Annette, zich enigszins hervinden. Ze besluiten zelfs te emigreren naar het Griekse eiland waar hun dochter stierf, om zo dichter bij haar te zijn.

Weemoedige mijmeringen
Ook minder ingrijpende vormen van afscheid kunnen veel tijd kosten. Als je afscheid wezenlijk vindt, ken je je eigen verleden belang toe. Ik merk dat ik vaak lang met het verleden bezig ben. Dat ik tijd nodig heb om een periode af te sluiten, en de gebeurtenissen te overdenken. Vriendschappen en mensen die langskwamen in mijn leven, laat ik pas na lange tijd helemaal los. Het nogmaals overdenken van het verleden is ook waar de beroemde romancyclus Op zoek naar de verloren tijd over gaat. Marcel Proust beschrijft het leven in Franse welgestelde kringen aan het einde van de negentiende eeuw, gedeeltelijk gebaseerd op zijn eigen jeugd. Ik herken zijn weemoedige mijmeringen. Als ik mijn ogen sluit, zie ik zo veel gezichten en taferelen weer voor me, als een oud filmarchief vol 8mm-films.

Vaak verbinden we afscheid nemen aan iets verdrietigs. Want het is het einde van iets, van een episode, van een menselijke relatie die verandert of afloopt. Er eindigt iets in je leven en dus in jou, maar jij eindigt ook in die ander. In de roman Bericht uit Berlijn van Otto de Kat raakt de Afrikaan Matteous verzeild in de Tweede Wereldoorlog. Zwaar gewond belandt hij in een Londens ziekenhuis. Het enige lichtpuntje in zijn leven is de vriendschap met de verpleegster die hem trouw verzorgt. Als Matteous uiteindelijk besluit terug te gaan naar zijn geboortegrond, valt het afscheid hem zwaar. ‘Hoe ze met elkaar in contact konden blijven, vroeg hij, en hij zei nog een keer dat hij zonder haar niet meer geleefd zou hebben. Misschien wilde ze ooit naar Afrika komen?’

Met het afscheid van zijn leven in Londen gaat Matteous een nog groter afscheid uit de weg, namelijk dat van zijn bestaan in Afrika.

Volgens filosoof Marli Huijer worden we vaak weerhouden van dat laatste grote afscheid, waarbij we ons leven drastisch omgooien en opnieuw beginnen. Angst en ‘het verlangen naar stabiliteit en continuïteit’ staan ons in de weg.

‘Enerzijds is dat een verlangen naar continuïteit van onszelf en ons bestaan – we hebben er behoefte aan onszelf door de tijd heen als eenheid te ervaren –, anderzijds is het een verlangen naar continuïteit van de omgeving – we willen ons kunnen blijven identificeren met de mensen en dingen om ons heen,’ schrijft Huijer in haar essay De belofte van het onverwachte (in Filosofie Magazine).

Ik neem je mee
Afscheid is niet alleen een schrijnend proces, het kan ook een nieuw begin zijn. Het is nodig om te groeien. Iemand die altijd de status quo bewaart, stagneert, ontwikkelt zich niet. De Duits-Amerikaanse filosoof Hannah Arendt noemt het menselijke vermogen om opnieuw te beginnen ‘nataliteit’ en vindt dit een positieve eigenschap. ‘Slechts in de volle beleving van dit vermogen te beginnen, liggen het geloof en de hoop besloten,’ schrijft ze.

Die nieuwe stappen betekenen ook dat je mensen achter je moet laten. Dat kan wel heel verdrietig en moeilijk zijn. In de roman Kleur van geluk van Thomas Verbogt houdt een liefdesrelatie tussen een schooljongen en een volwassen vrouw geen stand. De jongen weet dat zijn verhouding met de vrouw vanwege het leeftijdsverschil geen lang leven beschoren is, en dat ze hoe dan ook snel uit elkaar zullen gaan.

En we nemen niet alleen afscheid van liefdes, ook jeugdvrienden passen op een gegeven moment vaak niet meer bij je. We veranderen gedurende ons leven en niet iedereen verandert met ons mee.

Uiteindelijk vervaagt het verdriet om het afscheid nemen, om de periode die voorbij is. Die herinnering kan je zelfs tot kracht zijn. In Kleur van geluk noemt de jongen zijn herinnering aan de liefdesrelatie met de vrouw ‘een volte waaraan ik alleen maar hoefde te denken om me sterk te voelen of om altijd zeker te weten dat het leven het waard is om geleefd te worden.’ Afscheid nemen hoeft niet te betekenen dat iemand helemaal uit je gedachten verdwijnt. ‘Ik neem je de rest van mijn leven mee,’ zegt hij vol liefde tegen haar. ‘Waar ik ook ben, met wie ik ook ben, jij zult er altijd zijn.’

Van het stadje uit mijn jeugd heb ik twintig jaar geleden afscheid genomen. Maar helemaal uit mij verdwenen is het niet. Omdat mijn vader er nog woont, kom ik er nog met enige regelmaat terug. Ik merk dat het afscheid is gelukt; dat ik niet meer van die stad ben en die stad niet meer van mij. Ik ben dan een bezoeker. Soms, als de zon met een warme gloed op me schijnt, werp ik een blik in een etalageruit en zie ik in de spiegeling het meisje lopen dat ik was.

Uit: Flow 8-2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.